‘Onze zaken in Irak liggen momenteel stil, maar uitstel is geen afstel’, verzekert René Fijen. Hij is eigenaar van Fijen International, een onderneming die is gespecialiseerd in verkeersveiligheid en weginfrastructuur. Twee jaar geleden startte hij samen met het Iraakse ministerie van transport een project om het file- en parkeerprobleem in de voorname Koerdische stad Sulaymaniyah — nu Erbil — op te lossen.

Economisch hart

Nadat de Verenigde Staten van Amerika in 2011 hun troepen terugtrokken uit Irak, groeide de hoofdstad van de Koerdische regio in Irak uit tot het hart van de binnenlandse economie en de internationale handel. Vanuit het Nederlandse consulaat in Erbil zijn er de afgelopen jaren heel wat handelsactiviteiten op poten gezet. Maar Isis gooit nu roet in het eten. Door de toenemende dreiging zijn ook de werken van Fijen volledig gestaakt.

‘Onterecht’, vindt hij. Fijen is ervan overtuigd dat de Koerden niets te vrezen hebben. ‘Ze hebben hard gewerkt om hier te geraken. Met man en macht zullen de Koerden vechten om te behouden wat ze hebben. Net als Isis zijn ze bereid daarvoor hun leven te geven.’

Angst onterecht

Hij vindt het onterecht dat de inwoners van Erbil angst ingeboezemd wordt en de zaken lam worden gelegd. ‘Door de chaos in Syrië is het gemakkelijk voor Isis om de grensgebieden met Irak te veroveren. Maar in Erbil gelden andere regels, hier maakt Isis geen kans’, zegt Fijen vastberaden.

Volgens hem ligt het probleem niet in de dreiging die Isis vormt, maar in de angst die bij de regering leeft. ‘In Bagdad is sinds de laatste verkiezingen in april de geldkraan dichtgedraaid. Alle projecten lopen daarom spaak’, zegt Fijen die hoopt dat de Koerdische regio binnenkort een volwaardig autonome staat wordt.

‘Hier zit olie in de grond en de Koerden zijn goed georganiseerd. Er is geen enkele reden om het lot van de Koerden in de handen van Bagdad te leggen.’ Het personeel van Fijen is nog ter plaatse, maar zolang er geen geld is, kunnen de werken niet voortgezet worden.

Streep door de rekening

Nammen Schaap van exportbedrijf Firma Schaap vindt het eveneens moeilijk werken tegenwoordig. Het bedrijf onderhoudt contracten met Bagdad voor het exporteren van melkvee, maar Schaap heeft momenteel geen projecten lopen in het land.

De onderhandelingen gebeuren vanuit Erbil, omdat de stad als veiligste en meest florerende stad in Irak beschouwd wordt. Maar ook voor Schaap betekent de opmars van Isis een streep door de rekening.

‘Er is rust en stabiliteit nodig om een lokale partner te vinden die wil investeren in ons vee. Zonder die partner worden de plannen op de lange baan geschoven’, aldus Schaap.

Zolang er geen salarissen worden uitbetaald aan de werknemers, stagneert dus zowat alle internationale samenwerking. Dat geldt ook voor Fijen International dat tien procent van zijn omzet uit Irak haalt. Voorlopig draait het project door op de reserves, want ook een project dat gepauzeerd wordt, maar wel in de pijpleiding blijft zitten, kost geld.

‘Het project is een nagel aan mijn doodskist’, besluit Fijen. ‘Het kost ontzettend veel geld en zal wellicht verlieslatend zijn. Het is mijn bodemloze liefde voor de regio die me doet volharden.’
Bron: http://fd.nl/ondernemen/entrepreneur/wereldveroveraars/219783-1408/ondernemen-in-irak-ligt-vrijwel-stil-maar-nederlanders-wanhopen-niet